Communiceren met laaggeletterden? Dat doe je zo!

Laaggeletterdheid is geen random verschijnsel meer: met zo’n 2,5 miljoen laaggeletterde mensen in Nederland is de kans groot dat iemand in je nabije omgeving moeite heeft met lezen, schrijven en het begrijpen van informatie. Is het een probleem dat ze zelf op moeten lossen middels training of scholing, of kunnen wij ook een helpende hand bieden om het ze makkelijker te maken? Communiceren met laaggeletterden met tekst, dat doe je zo.

Mensen die onvoldoende kunnen lezen en schrijven, hebben moeite met de meest alledaagse dingen: van het niet meer kunnen (voor)lezen van boeken, bladen en ondertitels tot het bepalen met pin, stemmen en het volgen van wegbewijzering.

Daarnaast is het in ons digitale tijdperk haast onmogelijk om zonder computer en mobiele telefoon te overleven. Bij vrijwel elke dagelijkse handeling is goed kunnen lezen en schrijven belangrijk om informatie te begrijpen.

Alfabet letters

Training versus eenvoudiger communiceren

Dat laaggeletterde mensen een training kunnen volgen, is al bekend. Middels training en scholing leert deze doelgroep hun lees- en schrijfniveau te verhogen, waardoor informatie uiteindelijk beter wordt begrepen. Hoewel deze manier uitstekend inspeelt op de behoefte van laaggeletterde mensen, is het wel een oplossing waar de doelgroep zelf mee aan de slag moet. Daarnaast is deze oplossing slechts voor een beperkt aantal mensen beschikbaar.

Hoe zit het dan met de rest van Nederland? Help buttonDe rest die informatie wél goed begrijpt en beschikt over voldoende lees- en schrijfvermogen. Is het niet aan hun – en ons – de taak om ook in te spelen op dit maatschappelijk verschijnsel?

Informatie begrijpen begint met eenvoudiger communiceren. Juist dit is iets waar niet-laaggeletterden zich voor kunnen inzetten.

Begrijpelijkheid is soms voor niet-laaggeletterde mensen al een issue, laat staan voor mensen die moeite hebben met lezen en schrijven. Er zijn namelijk tal van criteria opgesteld voor de gemiddelde hoogopgeleide, zoals een mooie vormgeving, vindingrijke woordspelingen en abstracties. Hoe zit het met laaggeletterde mensen? Welke criteria zijn voor hen belangrijk?

Begrijpelijke teksten maak je zo: spreken in de taal van de lezer

Dat een laaggeletterde niet vrolijk wordt van hele lappen tekst, blijkt al snel als je met de doelgroep in gesprek raakt. De praktijk laat zien dat veel professionals geneigd zijn zoveel mogelijk informatie te bieden om alles goed in te dekken. Het resultaat? Stukken tekst die eigenlijk overbodig zijn en voor een laaggeletterde niet relevant zijn. Het leidt ze af van de kern.

Direct taalgebruik lijkt de voorkeur te hebben, waarbij niet teveel verschillende boodschappen in één stuk tekst moeten worden gezet.

Spreken in de taal van de lezer, betekent voor een laaggeletterde het volgende:

  • Houd zinnen en alinea’s zo kort mogelijk
  • Vergroot de leesbaarheid met witregels en opsommingen
  • Vermijd vakjargon en moeilijke woorden, zoals leenwoorden
  • Gebruik spreektaal en vermijd schrijftaal
  • Voeg voldoende tussenkopjes toe
  • Gebruik geen afkortingen, mits ze écht goed bekend zijn
  • Gebruik cijfers en schrijf getallen niet uit
  • Wees voorzichtig met spreekwoorden en gezegden

smiley abc

Wil jij ook communiceren in basisletters?

Het TIC Huis neemt met het initiatief Basisletters het voortouw en biedt een oplossing die direct toepasbaar is. Samen met de doelgroep herschrijven we cruciale documenten, zodat laaggeletterd Nederland deze begrijpt.

Benieuwd naar de mogelijkheden? Neem contact met ons op en laat jouw cruciale documenten herschrijven in basisletters!
☎ +31(0) 13 530 1515
✉ info@basisletters.nl
Volg ons en blijf op de hoogte!

Laaggeletterdheid overwinnen, het is mogelijk

2,5 miljoen mensen in Nederland zijn laaggeletterd; ze hebben moeite met lezen en schrijven. Daardoor ervaren ze in het dagelijks leven veel uitdagingen. Jan Kemps (61) was laaggeletterd, maar heeft een taalcursus gedaan. Hij zet zich nu in voor laaggeletterdheid.

Laaggeletterdheid en gemiste kansen

“Ik ben sinds drie jaar vrijwilliger voor Stichting ABC, een stichting die zich inzet voor laaggeletterdheid. Zij komen op voor de belangen van laaggeletterden en zetten dit op de agenda bij grote organisaties zoals het UWV en gemeenten. Daarvoor ben ik bijna iedere dag op een andere plek. Zo gaan we naar bedrijven toe, waar we sessies geven over laaggeletterdheid.

Ik vertel in organisaties vaak mijn verhaal en zeg altijd dat ik op de plek van hun directeur had kunnen zitten, als ik goed had kunnen lezen en schrijven. Ik ben strijdvaardig, omdat ik weet hoe het is om tegen laaggeletterdheid aan te lopen en daarom vertel ik over mijn gemiste kansen. Ik laat ze zien dat ze een stap kunnen zetten, iets wat ik zelf nooit durfde.”

Hulp zoeken helpt

“Het liefst wil ik mensen over de drempel helpen, zodat ze hulp zoeken. Laatst kregen medewerkers de mogelijkheid om een taalcursus te volgen, en na de sessie hebben 46 mensen zich opgegeven voor de cursus. Dat vind ik mooi. Toen iemand aan mij vroeg of ik laaggeletterd was, heb ik de lieve heer bij zijn voeten gepakt.

Sinds ik de taalcursus heb gedaan, ben ik enorm vooruitgegaan. Gelukkig kwam ik de juiste persoon tegen en is mijn leven nu een stuk makkelijker. Sommige mensen komen alleen nooit de juiste persoon tegen. Nu pas zie ik hoe vervelend het is om laaggeletterd te zijn; mensen leven als het ware in een kooi.”

Vaak is de thuissituatie de oorzaak van laaggeletterdheid: mensen leren gewoon niet goed lezen en schrijven, of worden niet gestimuleerd (vanuit huis). Juist daarom is het zo belangrijk om die schaamte te overwinnen.

En de oplossing…?

“Ik kom op bijzondere plekken: taalscholen, taalhuizen, ziekenhuizen, buurthuizen, basisscholen. Zo zat ik ook eens bij prinses Laurentien thuis om te vergaderen over de mogelijke oplossingen. Zij vroeg ons: ‘Wat zouden jullie doen als jullie de baas van Nederland zouden zijn?’.”

Wat mij betreft doen we het als land nog steeds verkeerd. Nog steeds is 1 op de 9 mensen laaggeletterd. Wat we nu doen werkt blijkbaar niet, maar hoe het wel moet…? Landelijk verandert er niets, want er is geen geld voor.

“Ik denk dat de oplossing is dat mensen terug naar school moeten. Maar voordat mensen naar school gaan, moet het wel eerst gesignaleerd of opgemerkt worden. Veel laaggeletterden schamen zich en bedenken allerlei smoezen om niet te hoeven lezen of schrijven. ‘Ik heb mijn bril niet mee,’ ‘Ik heb het aan mijn hand’ of ‘Ik ben te moe om te lezen’.

Daarom denk ik dat baliemedewerkers (bijvoorbeeld bij het UWV of de gemeente) moeten worden getraind. Zij komen veel in contact met mensen die laaggeletterd zijn, weten dan hoe ze ermee om moeten gaan en kunnen subtiel vragen of iemand hulp nodig heeft. En hulp kan in de vorm zijn van een taalcursus of computerles.”

Toekomstbeeld

“Ik weet niet of ik dit nog 20 jaar blijf doen, want als ik iets doe, wil ik dat het nut heeft. Ik wil kunnen zien of ik iemand heb geholpen. Gelukkig gebeurt dat tot nu toe wel. Zo hebben we met een Brabants ziekenhuis een folder herschreven. We hadden 45 pagina’s doorgespit: nu is de folder nog maar 28 pagina’s én begrijpelijk. Daar ben ik dan trots op.”

Wil je weten hoe het voor Jan was om laaggeletterd te zijn? In dit interview vertelt hij over zijn ervaringen.

☎ +31(0) 13 530 1515
✉ info@basisletters.nl
Volg ons en blijf op de hoogte!

Laaggeletterd zijn: hoe is dat?

2.5 miljoen mensen in Nederland zijn laaggeletterd en hebben moeite met lezen en schrijven. Jan Kemps is 61 jaar oud en was tot een paar jaar geleden laaggeletterd. Hoe was dat voor hem?

Een leven vol gemiste kansen

“Ik dacht altijd ‘Jan, je kunt het niet’. Ik kon wel een beetje lezen en schrijven, maar ik heb een leven vol gemiste kansen door laaggeletterdheid. Zo werkte ik als pijpfitter bij de gemeente en na een tijd kon ik promotie maken. In plaats van dat aan te nemen, heb ik ontslag genomen. Waarom? Omdat ik dan dagelijks papierwerk moest invullen.

Ik heb 9 jaar wedstrijden gebokst en in het Nederlands team gezeten. Na een tijd kreeg ik de mogelijkheid om bokstrainer te worden, maar dat heb ik met een smoes moeten afwijzen. Het was noodzakelijk om een cursus te doen en een trainersdiploma te behalen, en dat zou ik niet snappen.”

Had ik maar gezegd: Ik heb moeite met lezen en schrijven.

De allesoverheersende schaamte en de gedachte ‘ik kan het niet’

“De schaamte. Die is het ergst. Ik ben niet op mijn mondje gevallen, maar verzon altijd smoezen om niet iets op papier te hoeven zetten. Ik vond het verschrikkelijk om in een groep te zijn, wilde nooit meedoen aan spelletjes als Scrabble, ik kon geen kranten lezen en begreep borden in het verkeer niet.

Altijd als ik met mijn vrouw op vakantie ging en aankwam bij het hotel, zei ik tegen haar dat ik naar het toilet moest. Als ik terugkwam, had zij dan de incheckpapieren ingevuld.

Ik heb 30 jaar in de bouw gewerkt. Op een gegeven moment ben ik bij de ggz beland en daar was een vrouw die vroeg of ik moeite had met lezen en schrijven. Eindelijk was er iemand die me doorzag en me wilde helpen. ‘Je moet het zelf willen én zelf doen’ zei ze. En of ik dat wilde: ik wilde mijn kind niet aandoen wat mij is aangedaan. Binnen 3 weken zat ik in de schoolbanken. In mijn eigen tempo leerde ik de basis, maakte ik toetsen en schreef ik dictees. Bleek dat ik het toch wel kon.”

De oorzaak? Niet goed leren lezen en schrijven

“Mijn jeugd was niet altijd makkelijk. Ik kende geen gezelligheid, alleen maar ellende. Ik wist niet wat Kerstmis was, vierde geen Sinterklaas en kreeg nooit cadeautjes. Mijn ouders wilden dat ik ging werken en vonden dat ik niet naar school hoefde, waardoor ik vier maanden per jaar educatie miste. Daarnaast kon mijn vader helemaal niks: niet voorlezen, geen boodschappenbriefjes schrijven of een noodzakelijke brief opstellen. Ik heb de basistechnieken dus niet geleerd, ook niet op school.

Sinds ik de taalcursus heb gedaan, ben ik zoveel opener en zelfverzekerder. Ik kan mijn kleinkind voorlezen, in hotels vul ik de papieren in, ik kan eindelijk mijn vrouw de liefde verklaren in een brief. Ik ben gelukkig: ik heb een mooi huis, een mooie auto, een pracht van een vrouw, ik kan eten wat ik wil. Ik ben inmiddels afgekeurd, maar ik doe er alles aan om mensen te helpen die ook moeite hebben met lezen en schrijven.”

Jan is vrijwilliger bij Stichting ABC en gaat naar organisaties en instanties om meer bewustzijn over laaggeletterdheid te creëren. Hoe kijkt hij nu naar laaggeletterdheid en wat is de oplossing voor dit probleem? Stay tuned: over een week komt het tweede interview online.

☎ +31(0) 13 530 1515
✉ info@basisletters.nl
Volg ons en blijf op de hoogte!

Hoe kun je laaggeletterdheid herkennen?

Laaggeletterdheid is een maatschappelijk verschijnsel dat voorkomt bij 2,5 miljoen Nederlanders. Echter is het moeilijk om te constateren dat dit bij iemand speelt. Hoe komt dit, maar nog belangrijker: hoe kun je het herkennen? Hoe ga je hier vervolgens mee om?

Als werkgever of professional kom je ongetwijfeld in aanraking met mensen die laaggeletterd zijn. Ongeveer 1/7 van de Nederlandse samenleving is laaggeletterd. Zij begrijpen informatie niet en kunnen vaak ook niet goed lezen of schrijven. Dit is geen kwestie van willen; ze hebben vaak wel leren lezen en schrijven, maar zijn het simpelweg verleerd.

Waarom is het zo moeilijk om laaggeletterdheid te herkennen?

In de praktijk is het moeilijk om laaggeletterdheid te herkennen. Dit komt omdat er een groot taboe heerst, voornamelijk onder de mensen die dit zelf ervaren. Ze hebben een gevoel van schaamte en hebben het idee dat ze minder slim zijn, of dat het raar is dat ze niet goed kunnen lezen of schrijven.

In de praktijk worden smoesjes gebruikt, om te verhullen dat lezen en schrijven moeilijk gaat. Deze kunnen variëren van “ik ben mijn bril vergeten” en “dat formulier vul ik thuis wel in” tot “ik ben mijn lenzen vergeten in te doen” of “Mijn handschrift is niet goed leesbaar”. Vaak zullen laaggeletterden ontkennen dat ze informatie niet snappen, omdat ze niet buiten de boot willen vallen. Lees hier meer over in onze blog over de inclusiemaatschappij.

Wat zijn de kenmerken van laaggeletterdheid?

Misschien heb je een vermoeden dat iemand laaggeletterd is, maar durf je dat niet op de man af te vragen. Hoe herken je het concreet?

Het kan voorkomen dat iemand lees- en schrijfsituaties vermijdt, of juist ongemakkelijk of boos wordt als iets moet worden opgeschreven of gelezen. Misschien heeft hij of zij moeite met het formuleren van vragen, duiden van klachten en stellen van prioriteiten.

Laaggeletterden herhalen vaak vragen, ook als de informatie al is overgebracht (en soms zullen mensen uit schaamte juist géén vragen stellen). Het kan ook zijn dat de ogen niet bewegen, wanneer een document wordt gepresenteerd.

In de gezondheidszorg kan het een teken zijn als iemand niet weet welk recept hij of zij nodig heeft of juist vaak opbelt met vragen over medicijnen. Een klant kan ook vaak te laat zijn met het herhaalrecept komt of verschijnt te laat/op de verkeerde dag op de afspraak.

Een vermoeden, en dan?

Als je het vermoeden hebt dat een van je collega’s, werknemers, kennissen of vrienden valt onder de groep van laaggeletterden, spreek dit dan uit. Het is natuurlijk persoonsafhankelijk hoe je dit het best kunt aanpakken, maar over het algemeen zal het worden gewaardeerd als je een rustige plek en een rustig moment uitzoekt.

Als je daar niet de tijd voor hebt, bijvoorbeeld als je werkzaam bent in een apotheek, dan kun je vragen of iemand zijn naam en adres wil opschrijven.

“Ik weet dat veel mensen moeite hebben met het lezen van folders en instructies, hoe is dat voor jou?”. “Hoe is lezen en schrijven voor jou?”

Geef bijvoorbeeld eens aan dat hij/zij niet de enige is en dat genoeg oplossingen binnen handbereik zijn. Probeer je in te leven in de beleving van de ander. Dus stip vooral ook aan dat je je kunt indenken hoe lastig dit is. Het is handig als je geïnformeerd bent om mee te kunnen denken, als iemand openstaat voor oplossingen.

Zo is er een gratis telefoonnummer voor advies en coaching en cursussen om te leren lezen en schrijven (check bijvoorbeeld eens Stichting Lezen & Schrijven of Stichting ABC).

Je kunt informatie begrijpelijk maken door informatie praktisch uit te leggen. Hoe doe je dat? Vaak kun je iets voordoen en de andere persoon dit laten herhalen. Ook kun je controleren of de informatie goed is overgekomen. Je vraagt dan of iemand de uitleg zelf kan verwoorden. “Kunt u me vertellen wat ik heb verteld? Ik wil graag weten of ik het goed heb uitgelegd.”

Gezamenlijk een oplossing vinden

Samen komen we tot een oplossing om informatie begrijpelijker te maken voor laaggeletterden. Basisletters vindt dat iedereen het recht heeft op begrijpelijke informatie. Kun jij ondersteuning gebruiken bij het vergemakkelijken van documenten? Wij herschrijven jouw documenten in basisletters; neem contact met ons op.

☎ +31(0) 13 530 1515
✉ info@basisletters.nl
Volg ons en blijf op de hoogte!

Volledige inclusie: wel of niet gelukt?

“Wees welkom.” Woorden die we graag horen en tegen anderen zeggen. Mensen zijn doorgaans gezelschapsdieren en willen niets liever dan ergens bij horen. Maar wat als dat niet zo is? Hoe staat het met laaggeletterdheid in onze zogenaamde inclusiemaatschappij?

Het ideaal of een illusie?

Inclusie: het is een woord dat we vaak te pas en te onpas gebruiken. Maar wat betekent het nu echt? Inclusie wordt gezien als een situatie waarin iemand geen obstakels ervaart om mee te doen aan de samenleving. Iedereen komt tot z’n recht, ongeacht culturele achtergrond, gender, leeftijd, talenten of beperkingen. We nemen allemaal op een gelijkwaardige manier deel aan de samenleving.

In een inclusiemaatschappij maakt iedereen gebruik van hetzelfde sociale netwerk en dezelfde voorzieningen. Beperkingen zijn geen individuele problemen, maar onderdeel van deze maatschappij.

Je krijgt het gevoel dat je welkom bent, je kunt contact maken met je omgeving. Vanzelfsprekend, zou je denken, maar niets is minder waar.

Juist dat laatste punt – contact maken met je omgeving – blijkt helemaal niet zo vanzelfsprekend voor een deel van Nederland.

Deelnemers van onze inclusieve samenleving

In veel gevallen is het eenvoudig te bepalen welke doelgroep zich buitengesloten voelt of obstakels ervaart om goed te kunnen functioneren in onze maatschappij. Lichamelijke beperkingen zijn goed zichtbaar, ouderen worden tegemoetgekomen en ook op psychische problemen wordt ingespeeld.

Voor wie is het nog meer niet zo vanzelfsprekend om deel te nemen aan onze inclusiemaatschappij? Dat blijken zo’n 2,5 miljoen mensen te zijn. En dat op een populatie van ca. 17 miljoen Nederlanders. Een serieus aantal. Deze groep bestaat uit mensen die laaggeletterd zijn: mensen die moeite ervaren met lezen, schrijven en het begrijpen van informatie. Het niet begrijpen van informatie is net zo’n wezenlijk probleem als enig ander probleem dat zich voordoet in een samenleving.

Wat doe je als je informatie niet begrijpt? Dan vraag je het, denk je wellicht. Maar wat als je gedurende je dag continu informatie niet begrijpt? Blijf je dan vragen of houd jij je mond, omdat je anderen niet nogmaals tot last wilt zijn? Misschien schaam jij je wel, voel jij je minder slim. Met serieuze gevolgen.

Dat is (niet) mijn probleem

In een ideale inclusiemaatschappij past iedereen zich aan elkaar aan. Helaas is deze visie geen werkelijkheid: het lijkt erop dat we meer aanpassingsvermogen verlangen van mensen die problemen ervaren met onze standaard. Natuurlijk mogen ze gebruikmaken van onze voorzieningen, maar is dat echt een goede manier om een goed sociaal netwerk op te bouwen? Dat denk ik niet.

We helpen laaggeletterde mensen graag met het volgen van taalcursussen en taaltrainingen, zodat ze beter leren lezen en schrijven. En zodat ze uiteindelijk ook informatie beter leren begrijpen. Ideaal, denken we. En lekker makkelijk. Waarom zouden we het ‘probleem’ neerleggen bij de doelgroep die al problemen ervaart? Waarom kijken we niet eerst naar onszelf?

Natuurlijk helpen taalcursussen en –trainingen deze doelgroep, maar we kunnen hiermee nooit de gehele groep bereiken. We moeten deze groep mensen tegemoetkomen door met de vinger naar onszelf te wijzen. We moeten zelf ook werken aan inclusie. Inclusie doe je immers samen.

Hoe kun jij als werkgever meewerken aan inclusie voor laaggeletterde mensen?

Laat je documenten (o.a. folders, veiligheidsprotocollen, gebruiksaanwijzingen) herschrijven. Basisletters werkt samen met Taalambassadeurs van Stichting ABC om documenten laaggeletterdproof te maken. Samen maken we geschreven informatie begrijpelijk voor iedereen.
☎ +31(0) 13 530 1515
✉ info@basisletters.nl
Volg ons en blijf op de hoogte!

Laaggeletterdheid: niks om je voor te schamen

Laaggeletterdheid, een steeds vaker voorkomend fenomeen. Tot voor kort wist ik, copywriter en communicatieafgestudeerde, hier weinig over. Nee, ik leefde niet onder een steen. Wellicht trek ook jij je wenkbrauwen op. Daarom hierbij een kijkje in de keuken.

Wat is laaggeletterdheid?

In Nederland zijn 2,5 miljoen mensen (van 16 jaar en ouder) laaggeletterd. Dit houdt in dat ruwweg 14% van de bevolking grote moeite heeft met lezen, schrijven en het begrijpen van informatie. Laaggeletterdheid is niet hetzelfde als analfabetisme, waarbij iemand niet kan lezen en schrijven. Om je een wat beter beeld te geven, heb ik hieronder een tabel opgesteld. In Nederland kennen we 6 taalniveaus: A1, A2, B1, B2, C1 en C2.

 

Taalniveau Percentage van de bevolking Wat wordt begrepen
A1 5% Vertrouwde woorden en heel eenvoudige, korte zinnen
A2 15% Korte eenvoudige teksten (een advertentie of menukaart)
B1 40% Teksten met veelgebruikte woorden en moeilijkere taal voor werk of hobby
B2 25% Een tekst over een actueel onderwerp en hedendaagse literatuur
C1 10% Lange en complexe teksten, specialistische artikelen en technische instructies
C2 5% Alle teksten worden begrepen (vaak hoogopgeleide mensen)

Bron: https://paktaal.nl/taalniveaus

 

Laaggeletterden begrijpen veelal niveau A1 of A2. Denk je eens in dat je het volgende niet kunt: formulieren invullen, reizen met het openbaar vervoer, voorlezen aan (klein)kinderen, digitaal betalen, werken met de computer, solliciteren of het begrijpen van informatie over gezondheid en zorg.[1] Sommige informatie is letterlijk van levensbelang. Het gevolg is dat de groep laaggeletterden armer is, vaker afhankelijk is van een uitkering en meer (mentale) gezondheidsproblemen heeft.[2] Dit kost Nederland bijna 1 miljard euro per jaar.1

Een schets van de situatie

Ik schrok toen ik me verdiepte in de huidige situatie. We leren in Nederland toch lezen en schrijven op de basisschool? De meeste laaggeletterden werken achtereenvolgend in de industrie, bouw, zorg, horeca en transport. Zij verleren gewoonweg de vaardigheid, doordat ze in hun dagelijkse werkzaamheden weinig letters hoeven te lezen. Spreken gaat perfect, waardoor je in een gesprek weinig zal merken.

Laaggeletterdheid is de laatste jaren enorm gestegen; in 2008 was het aantal nog 1,5 miljoen mensen. Dit heeft niks te maken met immigratie, twee derde van de laaggeletterden is namelijk van Nederlandse afkomst.1 Hoe kan het eigenlijk dat ik hier zo weinig van wist? Veel mensen schamen zich en laten niet merken dat ze iets niet snappen, omdat onbegrip en afhankelijkheid veelvoorkomende gevolgen zijn. Hierdoor blijft het relatief onder de radar.

Is er een oplossing?

Volgens mij is de oplossing dat deze mensen opnieuw leren lezen en schrijven, of hulp krijgen om dit bij te spijkeren. Denk aan een taalcursus of (volwassenen)educatie. Nu is het zo dat 45.000 mensen tussen 2016 en 2018 zouden beginnen aan een taalcursus. Dat is natuurlijk al mooi (als het daadwerkelijk is gebeurd), maar dat zet nog geen zoden aan de dijk. Ruim 2 miljoen mensen beginnen dan nog niet aan een taalcursus.

Volgens een rapport van Maastricht University geeft Nederland, in vergelijking met andere West-Europese landen, weinig geld uit om laaggeletterdheid terug te dringen. Toen ik verhalen las uit de praktijk, stuitte ik op een interview in de Volkskrant. Hier vertelde een man dat hij pas sinds 3 maanden contact kon hebben met zijn familie via WhatsApp. Hiervoor sprak hij hen bijna nooit. Het is tijd voor een oplossing.

En nu..?

Oké, tot zover de schets. Als copywriter ben ik een groot liefhebber van taal. Ik kan me dan ook niet voorstellen hoe het is om niet (goed) te kunnen lezen of schrijven of welke beperkingen je daardoor ervaart. Het wordt tijd dat hier meer aandacht aan wordt besteed; dat mensen die met deze uitdaging leven, begrijpelijke teksten onder ogen krijgen. Het wordt tijd dat mijn copywritercollega’s en ik gerichte teksten voor laaggeletterden schrijven.

Ik sluit graag af met een voorbeeld van Stichting Lezen & Schrijven. Zij hebben al onderzoek gedaan naar hoe ze teksten begrijpelijker maken, van B2 naar A2.

B2 (niet begrijpelijk voor een laaggeletterde): “De gemeente wil bekijken of de huidige manieren van afvalinzameling en –verwerking nog wel voldoende milieuvriendelijk zijn. Kunnen we het misschien slimmer aanpakken, zodat meer afval wordt gescheiden en mogelijk hergebruikt? Om dit te bereiken, werkt de gemeente aan een nieuw afvalbeleidsplan.”

A2 (vaak wel begrijpelijk voor een laaggeletterde): “Wat kan onze gemeente doen? De gemeente wil zorgen voor een schonere lucht. Dat betekent dat we moeten nadenken over wat er beter kan. Kunnen we bijvoorbeeld meer afval scheiden en meer opnieuw gebruiken? Er hoeft dan minder verbrand te worden. Dan blijft de lucht dus schoner.”

☎ +31(0) 13 530 1515
✉ info@basisletters.nl
Volg ons en blijf op de hoogte!